Ketonen meten bij diabetes: waarom en wanneer? | Medimart

Voordelig en groot assortiment

Gratis verzending vanaf €50,-

PostNL bezorging & afhaalpunten

Ketonen meten bij diabetes:

Ketonen meten bij diabetes:

waarom, wanneer en hoe?

Bij diabetes type 1 hoor je het van je diabetesteam: meet je ketonen als je ziek bent of als je bloedsuiker hoog blijft. Die meting is geen bijzaak. Ketonen kunnen wijzen op een tekort aan insuline, en dat kan uitmonden in ketoacidose: een ernstige ontregeling waarbij je bloed verzuurt. In dit artikel lees je wat ketonen zijn, wanneer meten zinvol is en wat je met de uitslag doet.

Kort vooraf: deze informatie helpt je oriënteren en vervangt geen medisch advies. Bij (verdenking op) ketoacidose neem je direct contact op met je arts of diabetesteam, zeker als je moet overgeven.

Wat zijn ketonen?

Ketonen zijn stoffen die vrijkomen wanneer je lichaam vet verbrandt voor energie. Aceton is daar een van; die geeft de kenmerkende zoete of fruitige adem (Diabetes Fonds).

Normaal gebruikt je lichaam glucose als brandstof. Daar is insuline voor nodig: die brengt glucose vanuit je bloed naar je cellen. Is er te weinig insuline, dan komt de glucose niet binnen en schakelt je lichaam over op vetverbranding. Daarbij ontstaan ketonen. Een beetje ketonvorming is niet meteen alarmerend, bijvoorbeeld bij vasten. Bij diabetes is het een ander verhaal: dan is het vaak een teken dat er insuline tekort is.

Waarom is ketonen meten belangrijk?

Omdat ketonen zich kunnen opstapelen. Verbrandt je lichaam langere tijd vet omdat er te weinig insuline is, dan stijgt de hoeveelheid ketonen in je bloed en verzuurt het. Dat heet diabetische ketoacidose, en dat is een ernstige, acute ontregeling die in het ziekenhuis behandeld moet worden.

Door tijdig te meten weet je of er iets speelt vóór je je echt beroerd voelt. Dat geeft jou en je diabetesteam de kans om op tijd bij te sturen, meestal met extra insuline en vocht volgens een vooraf afgesproken plan. Ketoacidose is grotendeels te voorkomen als je de signalen vroeg oppikt.

Wanneer meet je ketonen?

De precieze afspraken maak je met je diabetesteam. In het algemeen is meten aan de orde in deze situaties:

  • Bij een aanhoudend hoge bloedsuiker. Blijft je waarde hoog ondanks bijspuiten, zeker als je daarbij ook klachten hebt, meet dan ketonen. Je diabetesteam spreekt met je af vanaf welke waarde je dat doet.
  • Als je ziek bent. Koorts, griep, een infectie of braken verhogen je insulinebehoefte. Veel mensen met type 1 hebben hiervoor "regels voor ziektedagen".
  • Bij klachten die op ketoacidose kunnen wijzen. Misselijkheid, braken, buikpijn, snelle of diepe ademhaling, sufheid, dorst of een acetongeur.
  • Bij problemen met de insulinetoediening. Een geknikte katheter, een storing van je pomp of een vergeten dosis.

Extra alert bij type 1 en bij kinderen

Bij diabetes type 1 kan een insulinetekort snel tot ketonvorming leiden, sneller dan bij type 2. Voor ouders van kinderen met type 1 geldt dat kinderen sneller ontregeld raken en zich moeilijker kunnen uiten. Bij twijfel geldt de regel van Thuisarts.nl onverkort: bel altijd eerst je arts (Thuisarts.nl).

Hoe meet je ketonen: bloed of urine?

Er zijn twee manieren, en ze zijn niet gelijkwaardig.

BloedketonenUrineketonen
Wat je meetKetonen in je bloed, actueelKetonen die je lichaam heeft uitgescheiden
ActualiteitGeeft de situatie van dít momentLoopt achter op de actuele situatie
UitvoeringVingerprik met ketonenteststripTeststrookje in de urine
NauwkeurigheidNauwkeuriger, ook bij herstelGrover, kleurindicatie

Een bloedmeting heeft de voorkeur, zeker als je snel wilt weten hoe je ervoor staat of wilt volgen of het de goede kant op gaat. Urineketonen kunnen nog positief zijn terwijl je situatie al verbetert, en dat is verwarrend.

De meting zelf gaat als bij een bloedsuikermeting: schone, droge handen, een nieuwe ketonenteststrip in de meter, prikken in de zijkant van je vingertop en de druppel op de strip brengen. Hoe je betrouwbaar prikt, lees je in onze gids over bloedsuiker meten.

Waarmee kun je ketonen meten?

Ketonen meet je met ketonenteststrips en een geschikte meter. Sommige meters meten alleen glucose; andere meten glucose én ketonen met verschillende teststrips. Zo'n combinatie is praktisch: één apparaat, één routine, en je hoeft bij ziekte niet op zoek naar een tweede meter. In ons assortiment vind je meters en teststrips voor glucose en ketonen.

Let op een paar praktische punten:

  • Ketonenstrips zijn andere strips dan glucosestrips; ze zijn niet uitwisselbaar.
  • Controleer de houdbaarheidsdatum. Juist ketonenstrips gebruik je zelden, waardoor ze ongemerkt verlopen.
  • Zorg dat je ze in huis hebt vóórdat je ze nodig hebt; ziek worden gebeurt zelden op een handig moment.
  • Een meter met teststrips is een in-vitro diagnostisch medisch hulpmiddel (IVD). Kies een CE-gemarkeerd product en volg de gebruiksaanwijzing.

Wat betekent de uitslag?

Hier past terughoudendheid: welke ketonwaarde bij jou reden is om te handelen, en wat je dan doet, staat in de gebruiksaanwijzing van je meter en in de afspraken met je diabetesteam. Die grenzen kunnen per systeem en per persoon verschillen, en de vervolgstap (extra insuline, extra drinken, contact opnemen) hoort bij je persoonlijke behandelplan.

Wat wel vastligt, is wanneer artsen van ketoacidose spreken. De Nederlandse richtlijn voor kinderen met een diabetische ketoacidose hanteert een combinatie van drie bevindingen: een glucose boven 11 mmol/l, verzuring van het bloed (veneuze pH onder 7,3 of bicarbonaat onder 15 mmol/l) en bloedketonen boven 3 mmol/l (Richtlijnendatabase, 2021).

Let op wat dat betekent voor thuis: die diagnose stel je niet zelf. De verzuring wordt met bloedgasonderzoek vastgesteld, in het ziekenhuis. Een hoge ketonwaarde op je eigen meter is dus een signaal om te overleggen, geen diagnose. En andersom: wacht niet tot een getal een drempel haalt als je je ziek voelt.

Wat wél voor iedereen geldt: hoe hoger de waarde, hoe eerder je overlegt. En laat je bij klachten niet geruststellen door een getal. Voel je je ziek, moet je braken of twijfel je, neem dan contact op, ook als de uitslag meevalt.

Heb je geen vastgelegde afspraken over ketonen meten, vraag er dan naar bij je volgende controle. Zo'n stappenplan wil je paraat hebben vóór je het nodig hebt.

Aan de slag

Zorg dat je ketonenteststrips in huis hebt en dat je weet wat je moet doen bij een verhoogde waarde. Bespreek je persoonlijke stappenplan met je diabetesverpleegkundige of internist. Wil je glucose en ketonen met één apparaat meten, bekijk dan onze diabetes testen en teststrips.

Veelgestelde vragen

Moet iedereen met diabetes ketonen meten?

Nee. Ketonen meten is vooral van belang bij diabetes type 1 en bij insulinegebruik, omdat een insulinetekort dan snel tot ketonvorming leidt. Bij diabetes type 2 zonder insuline is het meestal niet nodig. Je diabetesteam geeft aan of het voor jou zinvol is.

Is een bloedketonenmeting beter dan een urinetest?

Een bloedmeting geeft de actuele situatie weer en is nauwkeuriger. Urineketonen lopen achter: ze kunnen nog positief zijn terwijl je al herstelt. Voor snelle beoordeling en het volgen van het beloop heeft een bloedmeting daarom de voorkeur.

Kan ik ketoacidose zelf behandelen?

Nee. Je kunt volgens afspraak met je diabetesteam bijsturen met extra insuline en vocht, maar ketoacidose zelf wordt in het ziekenhuis behandeld. Neem direct contact op bij braken, buikpijn, snelle ademhaling of sufheid; bij ernstige klachten bel je 112.

Waarom ruikt mijn adem zoet of naar aceton?

Aceton is een van de ketonen die vrijkomen bij vetverbranding en wordt via je adem uitgeademd. Een zoete of fruitige adem kan daarom wijzen op ketonvorming. Controleer dan je bloedsuiker en neem contact op met je zorgverlener, zeker als je moet overgeven (Diabetes Fonds).


Inhoudelijk gecontroleerd door Elise Bouwman. Lees meer over onze werkwijze en redactie.

Redactioneel gecontroleerd — 1 september 2026

Deze pagina geeft algemene informatie over ketonen meten en vervangt geen persoonlijk medisch advies. Een thuismeting stelt geen diagnose; ketoacidose wordt door een arts vastgesteld en behandeld. Gebruik je meter en teststrips volgens de gebruiksaanwijzing en houd de afspraken met je diabetesteam aan. Twijfel je, of heb je klachten zoals braken, buikpijn of sufheid? Neem dan direct contact op met je huisarts, diabetesverpleegkundige of de spoedpost.

Bronnen