Bloedglucosemeter
Wat is een bloedglucosemeter?
Een bloedglucosemeter is een in-vitro diagnostisch medisch hulpmiddel (IVD) dat wordt gebruikt om het glucosegehalte in capillair bloed te meten. De meter werkt in combinatie met bloedglucose teststrips en wordt ingezet om een meetwaarde te bepalen, meestal op basis van een bloeddruppel verkregen via een prikpen en lancet.
De bloedglucosemeter stelt zelf geen diagnose en voert geen behandeling uit. Het hulpmiddel levert meetgegevens die kunnen worden gebruikt ter ondersteuning van zelfmanagement en medische begeleiding.
Waarvoor wordt een bloedglucosemeter gebruikt?
Een bloedglucosemeter wordt gebruikt voor zelfcontrole van bloedglucosewaarden. Deze metingen kunnen inzicht geven in het verloop van glucosewaarden gedurende de dag en in verschillende situaties, zoals rondom maaltijden, lichamelijke inspanning of medicatiegebruik.
Volgens de Nederlandse Diabetes Federatie speelt zelfcontrole met een bloedglucosemeter een essentiële rol binnen de behandeling, mits deze correct wordt uitgevoerd en de meetresultaten op de juiste manier worden geïnterpreteerd.
Hoe werkt een bloedglucosemeter?
Een bloedglucosemeter werkt in combinatie met een bijbehorende teststrip. Na het aanbrengen van een bloeddruppel op de teststrip reageert het glucose in het bloed met de meetchemie in de strip. De meter meet deze reactie en zet deze om in een numerieke waarde.
In Nederland wordt de glucosewaarde weergegeven in millimol per liter (mmol/L). Het is belangrijk dat meetresultaten altijd worden beoordeeld aan de hand van referentiewaarden die in dezelfde eenheid zijn vastgesteld.
Kwaliteit en nauwkeurigheid van bloedglucosemeters
De betrouwbaarheid van een bloedglucosemeter is van groot belang. Volgens het consensusdocument Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting moeten bloedglucosemeters voldoen aan meerdere kwaliteitseisen, waaronder:
- CE-markering conform Europese regelgeving
- voldoen aan de ISO 15197-norm voor nauwkeurigheid
- aantoonbare verificatie van meetprestaties, waaronder juistheid en precisie
Deze eisen zijn bedoeld om te waarborgen dat meetresultaten betrouwbaar zijn bij correct gebruik.
Functionaliteiten en verschillen tussen bloedglucosemeters
Bloedglucosemeters verschillen onderling in functionaliteiten en gebruiksmogelijkheden. Veelvoorkomende verschillen zijn:
- leesbaarheid van het display
- benodigde hoeveelheid bloed
- snelheid waarmee een meetresultaat wordt weergegeven
- opslagcapaciteit van meetwaarden en trendoverzicht
- data-overdracht naar apps of zorgplatforms
- gevoeligheid voor interferentie
- automatische herkenning van teststrips
- energievoorziening
Betrouwbaarheid van meetwaarden en toegestane afwijking
Volgens ISO 15197:2013 moet minimaal 95% van de meetresultaten binnen vastgestelde nauwkeurigheidsgrenzen vallen. Bij glucosewaarden onder 5,55 mmol/L mag het verschil maximaal 0,83 mmol/L bedragen. Bij waarden vanaf 5,55 mmol/L mag de afwijking maximaal 15% zijn.
Continue glucosemonitoring (CGM)
Naast bloedglucosemeters bestaan er systemen voor continue glucosemonitoring (CGM). Deze meten het glucosegehalte in interstitieel vocht en geven inzicht in trends en schommelingen over tijd.
Onderhoud en controle
- correct gebruik en onderhoud van de meter
- gebruik van teststrips binnen de houdbaarheid
- periodieke controle van de meter
Bronnen
Deze kennisbanktekst is mede opgesteld op basis van het consensusdocument Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting (2019) van de Nederlandse Diabetes Federatie.